Hoe zien twee Platformvoorzitters de toekomst van het platform als de subsidieperiode afloopt? Annechien Verkade is voorzitter van de Regiegroep (het dagelijks bestuur). Pieter Dijkshoorn is voorzitter van de Stuurgroep (het algemeen bestuur). Lees hun pleidooi voor voortzetting van de platformactiviteiten in een passende vorm.

Toegevoegde waarde
Annechien: "We hebben waardevolle projecten lopen; daarom is het belangrijk dat we het platform in stand houden. Het regiobrede open platform houdt zijn meerwaarde, omdat het zichtbaar maakt wat er in de verschillende scholen is gedaan aan bijvoorbeeld deskundigheidsbevordering van docenten, en aan onderwijsinnovatie." Pieter voegt eraan toe dat de scholen elkaar nodig hebben om aan oplossingen te blijven werken voor het kwantitatieve en kwalitatieve lerarentekort. "Elkaar twee keer per jaar ontmoeten is goed. Maar het is te weinig om docenten in de regio aan het werk te houden of blije mobiliteit te stimuleren. Daar is onderling vertrouwen en een hele goede band voor nodig. Ook spelen identiteit en concurrentie een belemmerende rol. Ik zie wel mogelijkheden in een aanpak waarbij de scholen elkaar hun eigen leerlingprognoses en personeelsuitstroom voorleggen en samen oplossingen bedenken door kennis te delen."
Moet of kun je de lopende projecten in andere samenwerkingsverbanden onderbrengen?
Annechien: "Nee, uniek is dat alle scholen in de Rijnstreekregio welkom zijn. Meewerken is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Daar zit een grote meerwaarde in voor de scholen die meedoen. Ook scholen die minder actief, zijn plukken hier de vruchten van." Pieter: "Scholen die gewend zijn om in samenwerkingsverbanden te opereren, zien de lol en de winst in de projecten van het platform. Denk bijvoorbeeld aan de ROS-scholen, de Perspectiefscholen en bijvoorbeeld het Scala-College. Die winst van een groter regionaal verband zullen ze ook wel blijven zien. Er ligt volgens mij een uitdaging om alle scholen bij platformactiviteiten te betrekken. Dat is in de afgelopen periode onvoldoende gelukt."
Wat als de subsidie stopt?
Pieter: "Geld is een belangrijke prikkel en ik denk dat de scholen straks de ruimte moeten krijgen om in te tekenen en hoe dan ook bij te dragen bij per project. We moeten elkaar daar waar mogelijk steunen en samenwerken op het gebied van arbeidsmarktvraagstukken. Ik vind het belangrijk dat scholen zelf kiezen, omdat iedereen op een andere manier met deze problematiek te maken heeft." Annechien: "Nu is er subsidie beschikbaar en dat triggert scholen natuurlijk. Maar ook zonder die budgetten hadden veel scholen wel meegedaan. Voor hen spelen de arbeidsmarktthema´s en ze zijn op zoek naar inhoud en kennis om die thema´s aan te pakken. Denk aan opleidingen, de inrichting van de onderwijsorganisatie en personeelsbeleid. De huidige projectactiviteiten zijn en blijven aantrekkelijk. Die scholen vinden elkaar daar toch wel, ook al valt de subsidie weg. Sommige initiatieven van het platform moeten we wel kritisch onder de loep nemen, zoals de vacaturebank, want het blijkt dat niet alle scholen daaraan meedoen."
Nieuwe vorm?
Beide voorzitters zien een nieuwe vorm voor zich, die gestalte krijgt in:
• een breed regionaal netwerk op het gebied van onderwijsarbeidsmarkt en personeelsplanning;
• regionale bijeenkomsten: een of twee keer per jaar, met een goed inhoudelijk programma dat afgestemd is op de arbeidsmarktvragen die bij de scholen leven;
• lobby en informatievoorziening richting OC&W, andere overkoepelende instanties en lerarenopleidingen: het platform als regionale 'belangenorganisatie', specifiek gericht op de arbeidsmarktproblematiek.
Pieter voegt toe: "We kunnen misschien scholenclusters rond lerarenopleidingen organiseren, zodat we voorkomen dat scholen zoals in de regio Woerden buiten een risicoregio vallen. Die scholen kunnen namelijk ook te maken krijgen met een lerarentekort."
Samen met de andere risicoregio´s
Pieter: "Met de huidige platforms wordt op twaalf plaatsen het wiel uitgevonden. Dat kunnen we voorkomen door na de subsidieperiode goed contact te houden en waar mogelijk projecten af te stemmen. We moeten laten zien dat de bundeling van de platforms wat oplevert. Ook kunnen we kijken of er bestaande landelijke structuren zijn waar we bij passen. Het landelijk orgaan voor het passend onderwijs zou misschien een geschikt netwerk zijn. Alle scholen zijn daarbij aangesloten en je komt elkaar daar toch tegen. We zijn dan ook verbonden met het primair onderwijs, waar nu een overschot is aan onderwijzend personeel."