Project 9 van het Platform Rijnstreek heet Out of the box. Waar de overige projecten aanhaken bij bestaande structuren en werkwijzen om het kwantitatieve en kwalitatieve lerarentekort te beperken, is Out of the box geheel in stijl vormgegeven tijdens een Versnellingskamer. Een verkenning, behoeftepeiling en een inspirerend uitstapje naar 2050 in een gedigitaliseerde brainstorm: reageren en scoren vanachter 17 pc's.

Twee groepen versnellen
14 bovenbouwleerlingen van het Fioretticollege, het Teylingen College en het Da Vinci College hebben op 23 september bedacht hoe het onderwijs er in de toekomst uit komt te zien. Een week later is op uitnodiging van het platform een heterogene groep van 16 onderwijsmensen, bij onderwijs betrokken professionals en 'wilde ganzen' van buiten het onderwijs bij elkaar gekomen voor een vergelijkbare sessie. Mick Oorthuijzen, docent op het Teylingencollege (sector Duinzigt) deed mee op 30 september: "Ik vond het bijzonder om te ontdekken dat er een flink aantal mensen van buiten het onderwijs hun kennis en kunde wilden inzetten om te helpen bij het 'oplossen' van het lerarentekort. Het is ook goed om te ervaren waar inzichten verschillen. Dit geeft mij weer stof tot nadenken."
Voorbereidende vragen
Als 'opwarmer' hebben de beide groepen antwoorden ingetypt op voorbereidende vragen als 'Wat moet van het huidige onderwijssysteem behouden blijven?', 'Wat moet worden afgeschaft?', 'Wat zijn de leerbehoeften van de leerlingen?' en 'Wat heb je nodig voor effectief en kwalitatief hoogwaardig onderwijs?' Vervolgens hebben alle deelnemers de antwoorden gewogen en gescoord. Daarmee hebben ze een eerste focus aangebracht in de belangrijkste elementen van het toekomstige onderwijs. Het contact tussen leerlingen en docenten scoort hierbij in beide groepen het hoogst. Platformvoorzitter Pieter Dijkshoorn: "Leerlingen blijven docenten nodig hebben. Toch zijn er grote verschillen mogelijk in de invulling van de docentenrol, lopend van de leraar die de leerlingen meeneemt in de lesstof tot pc-gestuurd onderwijs met de docent als instructeur. Er zou in het onderwijs meer ruimte moeten zijn om die 1040 uur lestijd anders in te vullen, zodat leerlingen op een andere manier leren en het menselijke vormingselement overeind blijft. Misschien moeten we met dezelfde mensen nog eens bij elkaar komen om dit verder te ontwikkelen."
School anno 2050
Met de uitkomsten van de ochtend in het achterhoofd (o.a. wat behouden, wat afschaffen), zijn de deelnemers na de lunch in groepjes aan de slag gegaan met het toekomstbeeld. 'Beschrijf een dag van een docent in het jaar 2050', was een van de opdrachten. Leerlingen beschreven een dag van een leerling in 2050.
Uit die vier inspirerende verhaallijnen komen de volgende kenmerken van school anno 2050 prominent naar voren:
• werken in kleine projectgroepen;
• colleges aan grote groepen;
• virtualisatie;
• specialisme en expertise in docentschap en juiste beloningssystemen;
• slimme technologie;
• intelligente leerlingvolgsystemen met directe feedback;
• geautomatiseerde toetsing.
School blijft een veilige haven
De school als gebouw en organisatie blijft ook in 2050 bij uitstek een veilige en vertrouwde haven om te ontmoeten, gezamenlijk te werken, te leren en te lunchen. Opvallend is de overeenkomst met de visie van de leerlingen, die vergelijkbare kansen zagen (en 'school' ook in 2050 als gezellig, fysiek leef- en leerinstituut noemden). Mick Oorthuijzen: "Ik vond de uitkomsten zeer verrassend. Het beeld dat wij als volwassenen hadden van de school van de toekomst liep nauwelijks uit elkaar, bovendien kwam dit ook overeen met het beeld van leerlingen over de school van de toekomst. Erg inspirerend en herkenbaar was het beeld dat leerlingen over het onderwijs gaven. Hun roep om sociale media op school te gebruiken, heeft mij er toe aangezet om een Twitter- en Facebookaccount aan te maken."
Nieuwe rol van de leerlingen in 2050
Daan van Winsen is programmamanager bij de Nederlandse politie en deed mee als 'wilde gans'. "In het deel over het onderwijs in 2050 kwam ook naar voren dat de leerling veel meer zelf invloed zou hebben op de manier van kennis vergaren. Dat spreekt mij aan. De jeugd zal in 2050 nog meer en beter zelf informatie kunnen zoeken. Zij zullen zelf nadenken over hoe zij ondersteund willen worden bij het opnemen van de gevonden kennis. Daarom zou ik, veel meer dan nu het geval is, steunen op de leerlingen en hun werkwijzen. Als docent zou ik me verdiepen in hun sociale leven en dit gebruiken in het onderwijs. Dat de leerlingen daarbij participant zijn in het (door)geven van hun kennis, is voor mij overduidelijk een reden om hen als 'tutor' in het onderwijs te betrekken."
Leerlingenuitspraken over school anno 2050
>> Nederlands is in 2050 een keuzevak en belandt bij de afdeling oude talen.
>> Korte hoorcolleges: 10, 15, 20 minuten, zeer hoge kwaliteit; leerlingen luisteren ademloos.
>> Zelfstandigheid/verantwoordelijkheid voor leerlingen en controle (mogelijk door digitalisering).
Het lerarentekort bestrijden
Met de vier toekomstbeelden als inspiratie hebben de deelnemers vervolgens gekeken naar het heden: hoe kun je in de komende twee jaar al een aanzet geven om (de effecten van) het lerarentekort te verminderen? Dat bleek voor de aanwezigen nog een lastige, en een té grote stap te zijn. Het out of the box-denken over onderwijs in 2050 leek meteen weer 'in the box' te schieten. Uiteindelijk zijn er veertien oplossingen aangedragen waaruit de deelnemers de drie meest haalbare en effectieve hebben gekozen.
De top 3 om lerarentekort te voorkomen:
• Gebruik meer technologie in het onderwijs.
• Voer pilots lesgeven aan grote groepen uit.
• Experimenteer met andere organisatievormen.
Als oplossing voor het lerarentekort zien de leerlingen:
• Kwaliteit van leraren.
• Hoge eisen, hoge beloning.
• Differentiatie in taken van docenten.
• Leraren beschikbaar bij individueel werken.
• Veel ervaringsdeskundigen op school.
De leerlingengroep heeft al wel een idee over ICT-inzet: ze noemen het een 'digitaal platform', een ELO nieuwe stijl met alle benodigde schema's, powerpoints en aantekeningen van docenten. Wel maken ze de kanttekening: 'Pas op, want een puber met een laptop is nog steeds een puber.'
Hoe nu verder?
De Versnellingkamer is een inspirerende en verkennende oefening geweest in out of the box (durven) denken. Het bleek echter lastig de uitkomsten van de verkenning van 2050 mee te nemen in kortetermijnoplossingen. De input van de leerlingen en volwassenen is waardevol en heeft een plaats gekregen in de genoemde 'oplossingen' voor het lerarentekort, waardoor de haalbaarheid en effectiviteit bij implementatie en pilots mogelijk toenemen.
Hoe het vervolg op deze Versnellingskamer er nu uit gaat zien, is nog niet helemaal duidelijk. De uitkomsten roepen volgens platformvoorzitter Pieter Dijkshoorn nieuwe vragen op: "In de regiegroep van het platform gaan we hiermee verder. Wat mij opviel die dag is de genuanceerdheid bij het oplossen van het lerarentekort. Het roept bij mij nieuwe vragen en beelden op: welk type docent hebben we nodig in de toekomst? De kwestie gaat over aantallen, maar vooral ook over kwaliteit. Als we de benodigde kwaliteiten helder hebben, werken we toe naar een nieuw beroepsprofiel en een nieuwe definitie van goed onderwijs. Nu lopen de definities van de verschillende scholen nog te ver uit elkaar.
Het platform zal (elementen uit) de toekomstbeelden als inspiratiebron opnemen in het publieksverslag dat in april 2012 verschijnt. Ook zullen we verder ' filosoferen' over deze toekomstbeelden, tijdens een volgende bijeenkomst met mensen uit de regio.
Over de werkvorm
"Ik had nog nooit met deze Versnellingskamermethode gewerkt en was erg benieuwd hoe dit in de praktijk zou uitpakken," vertelt Mick Oorthuijzen. "Het is een veelbelovende techniek die je helpt om in korte tijd gemeenschappelijke waarden en normen te formuleren. Helaas kwam het er onvoldoende uit die dag."
Pieter Dijkshoorn: "De Versnellingskamer is een leuke manier van werken, maar er is wat mij betreft te weinig uitgekomen. Misschien waren mijn verwachtingen wel te hooggespannen: ik denk dat je meer bereikt als je er een hele dag voor zit.
Daan van Winsen: "De onafhankelijkheid van antwoorden vond ik leuk en inspirerend. Mogelijk had door de 'delta-methode' (reactie per individu op de antwoorden van de ander) er veel meer creativiteit in kunnen zitten. Kortom een prima manier, die nog wel verder ontwikkeld moet gaan worden. De uitnodiging gaf aan dat de Versnellingskamer een inspirerende omgeving zou zijn om op creatieve manier oplossingen te bedenken voor het lerarentekort. Ik vond dit spannend en ik verwachtte er veel van. Ik denk echter dat er nauwelijks nieuwe inzichten of totaal andere invalshoeken naar voren zijn gekomen. Er waren misschien te veel mensen aanwezig die de problematiek vanuit eenzelfde perceptie hebben benaderd. Het inzicht van de leerlingen heeft mij het meest gegrepen. Zij zijn duidelijk creatiever en meer out of the box geweest. In onze groep werd toch meer traditioneel gedacht en de vraagstelling en de discussie ondersteunde het anders denken minder."
De leerlingen zijn positief over de Versnellingskamer. Enkele van hun reacties: "Iedereen doet en telt mee." "Snelle afwisseling van individueel, als groep, en plenair werken." "Werkt snel, er zit tempo in en toch is het niet oppervlakkig." "Werk verbredend, want je krijgt overzicht."