Met het project VieV-docenttalent herkend wil ROS Rijnland bovenbouwleerlingen van havo en vwo interesseren voor het leraarsvak. Lees meer over hoe bijvoorbeeld het Fioretti College en het Rijnlands Lyceum hun jonge 'docenttalent' stimuleren.
Renate van Mieghem-Overbeek is de projectleider van VieV: ‘We willen met VieV-docenttalent herkend het beeld van het beroep van leraar wat openbreken. Als de leerlingen die een VieV-traject hebben doorlopen, beginnen aan de lerarenopleiding of als educatieve minor, dan weten ze al dat dit werk ze ligt en dat ze over enkele belangrijke docentcompetenties beschikken. Een volgende stap in het project is dat docenten de talentvolle leraren-in-spe in de klassen scouten. Niet pushen, wel stimuleren!’ Vier ROS-scholen doen mee aan het project: het Fioretti College in Lisse, het Rijnlands Lyceum in Sassenheim, het Teylingen College in Voorhout en het Da Vinci College in Leiden.
Rijnlands Lyceum: deel van de loopbaanoriëntatieDecaan Kitty van Rooij heeft het project gecoördineerd, samen met Peter Kors, de jaarlaagcoördinator van 5 vwo. Van Rooij: ‘We hebben gekozen om bestaand materiaal te gebruiken: de startcursus voor onze nieuwe docenten hebben we aangepast aan onze leerlingen. Vervolgens hebben we de leerlingen met gerichte observatieopdrachten lessen laten observeren en ze gestructureerd toegerust om hun deellessen te kunnen geven.’ Van Rooij is tevreden over het resultaat van de eerste groep leerlingen. ‘Leerlingen die altijd al wat wilden doen met het docentschap, maar niet wisten hoe, zijn enorm geholpen met dit traject. Enkele leerlingen hebben al aangegeven volgend jaar door te willen gaan.’
Het Rijnlands Lyceum heeft bij aanvang van het project gekozen voor een pragmatische aanpak. Docenten zijn vooraf geïnformeerd via het interne bulletin en zij stonden open voor dit initiatief van de directie. Van Rooij: ‘De begeleidende docenten hebben enthousiast gereageerd, maar ze zijn tegen hele praktische en belemmerende roosterproblemen aangelopen. Dat zal ook in de evaluatie nog aan de orde komen. Op zich is dit project echter een goed idee om leerlingen enthousiast te krijgen voor het leraarsvak.’
Fioretti College: havostage benutten
Op het Fioretti College is juist vooraf nagedacht en overleg gevoerd over het doel en het kader waarin de opdrachten zouden moeten passen. Ook hier is met succes gebruikgemaakt van bestaande activiteiten. Zo zijn havoleerlingen uitgedaagd en gevoed tijdens
de stage die ze binnen het Havisten-competent-programma lopen. Mark de Kievit, teamleider van 3, 4 en 5 havo, heeft de havoactiviteiten gecoördineerd en begeleid. ‘Jaarlijks lopen al zo'n 15 tot 25 havoleerlingen 4 dagen stage in het primair en het voortgezet onderwijs. Onze gedachte was om die stage meer body te geven door leerlingen in 2 bijeenkomsten meer en intensiever te laten reflecteren op deze praktijkperiode.’ Door onderlinge uitwisseling van ervaringen, reflectie op het zelfbeeld en een gesprek over het beroepskeuzeproces van de begeleidende Lio, was de eerste bijeenkomst vruchtbaar. De tweede viel in het water vanwege een lage opkomst. De Kievit: ‘Toen merkten we dat de stage ze ook opslokt. De vier dagen onderwijsstage biedt de leerlingen de mogelijkheid om goed te observeren en het beroep vanuit een ander perspectief te ervaren. Die gelegenheid krijg je bijna nooit op een school. Ik heb introverte leerlingen tot bloei zien komen in hun po-stage! De opdracht voor volgend jaar is om de begeleiding nog meer aan te kleden om het rendement te verhogen.’
Fioretti College: bijlesgevende vwo'ers benaderen
Leerlingen uit 5 en 6 vwo en een enkeling uit 5 havo die op het Fioretti College al bijles of huiswerkbegeleiding geven, hebben een intervisieprogramma doorlopen. Annemieke Luijk is docent Nederlands en BOS. Zij heeft de groep leerlingen begeleid die al huiswerkbegeleiding en bijlessen geven aan hun jongerejaars. ‘Deze leerlingen zijn vaak goed georganiseerde types, die goed zijn in hun vak en die zich niet voor niets nu al bekommeren om anderen. Maar ze zijn zonder cursus, onvoorbereid die huiswerkbegeleiding ingegaan. Onze gedachte was om juist deze leerlingen iets meer van het docentschap aan te bieden. Intervisie hebben we als middel gekozen om tot bewustwording te komen.’
Met een afgewogen programma tijdens drie groepsbijeenkomsten hebben Luijk en een collega in totaal twaalf leerlingen begeleid. In die intervisiesessies hebben de leerlingen ontdekt over welke competenties ze al onbewust beschikten en ze hebben er enkele waardevolle bijgeleerd, zoals goed luisteren, doorvragen met informatieve vragen, niet oordelen en feedback geven. Luijk: ‘Al pratend komen ze achter inzichten en regels. Zo leggen ze de link met de realiteit van het docentschap. Ze hebben inzicht gekregen in wat het is om begeleider te zijn en ze zien nu dat de interactie van veel in- en externe factoren afhankelijk is. Het leuke was dat de begeleidende leerlingen ook gingen praten als een docent. Ze zijn tijdelijk op die andere stoel gaan zitten.’
Luijk heeft voor deze pilot met de directie geïnvesteerd in de externe succesfactoren: goede communicatie, zorgvuldige voorbereiding, aandacht voor de leerlingen, een prettige intervisieruimte en een certificaat na afloop. Luijk: ‘Ik ben trots op de gang van zaken. Je wilt het beroepsbeeld veranderen, maar dat kan alleen maar door bevlogen mensen die dat beeld zelf uitdragen. Leerlingen voelen zich gehoord en ze vertellen nu spontaan wat ze nu anders doen bij hun bijlessen.’ Volgend jaar gaat dit project door.
Meer weten?
ROS Rijnland: projectleider Renate van Mieghem-Overbeek
E
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
T 06-13737241
Download Projectplan