Dat deze proef geslaagd is, staat vast voor projectleider Jan Willem Eilander, beleidsmedewerker en wiskundedocent op het Scala College in Alphen. De veertig leerlingen hebben vier uur in de week wiskunde B, waarvan ze twee uur gezamenlijk volgen onder leiding van een docent en een onderwijsondersteuner. In de zomervakantie voorafgaand aan het experiment zijn twee lokalen met elkaar verbonden met een flexibele wand ertussen en voorzien van een activboard. Dat gaf de letterlijke ruimte aan dit initiatief.
Winst voor docenten en ondersteuner
De beide docenten, onder wie Jan Willem Eilander, zijn razend enthousiast. Eilander vertelt: "Een deel van het enthousiasme komt voort uit onze samenwerking. Die tweede collega staat er niet altijd als er te weinig docenten zijn, maar wij hadden de luxe om dat nu wel te doen. We hebben veel van elkaar geleerd. De coachingsgeprekken met de ondersteuner waren ook constructief, want je wordt uitgedaagd om je meer coachend op te stellen. Hij heeft een grote bijdrage geleverd bij de organisatie en correctie. Het mooie is dat deze onderwijsondersteuner heeft besloten om de lerarenopleiding te beginnen. Een Persoonlijk Assistent Leraar hadden we ook kunnen inzetten, maar die is na een jaar weer weg. Wil je deze vorm structureel inzetten, dan moet je je in de materie inwerken en de capaciteiten hebben om die stof aan te kunnen bieden. Wij hebben daarom bewust voor een vaste kracht gekozen. De uitdaging moet voor de docent niet een grotere belasting vormen, maar juist een leukere baan opleveren. Daarin ligt een uitdagende rol voor de onderwijsondersteuner." Aanvankelijk zag een aantal collega's niets in het plan, maar veel van hen waren vooral nieuwsgierig en dachten mee over de andere didactiek. Bovenbouwdocenten van de havo hebben onlangs de wens neergelegd om volgend jaar in ieder geval een uur parallel te roosteren. Ze zien de winst: de flexibiliteit, de samenwerking, de variatie in leerstijlen.
Winst voor leerlingen
De leerlingen zijn positief, dat blijkt ook uit de afsluitende enquête. Met een dergelijke grote groep dreigt het zeker in het begin wel eens te gezellig te worden. Een kwestie van bijsturen, net als in gewone lessen, vindt Eilander. Met de veertig leerlingen was het goed te doen. Bij zestig wordt het lastiger en is het de vraag of de kwaliteit gehandhaafd blijft. Eilander: "Binnen een maand was deze aanpak de normaalste zaak van de wereld. Het rooster bleek het grootste struikelblok. Het is gelukt om drie van de vier uur parallel te geven. Het roosterprobleem is minder groot als er een docententekort is, omdat je dan maar één docent hebt op die grote groep, in plaats van twee. Parallel roosteren biedt de mogelijkheid om te differentiëren en omdat we als docenten een eigen stijl van lesgeven hebben, konden we de leerlingen ook hun docent laten kiezen. Zo sloten de doceerstijl en leerstijl optimaal op elkaar aan. Dat was pure winst."
Winst voor school
Deze werkvorm is met opzet in het eerstegraads vakgebied toegepast. In het vmbo wordt al vaker met onderwijsondersteuners gewerkt en in de onderbouw is ondersteuning van klassenassistenten en studenten van de lerarenopleiding al de orde van de dag. (Op het Scala lopen jaarlijks dertig tot veertig studenten stage.) Eilander: "In de Tweede Fase heb je de vakkennis nodig. Deze vorm met gezamenlijke hoorcollega's maakt het ook bij een tekort aan docenten mogelijk om die kwaliteit meer te benutten." Digitale leermiddelen zijn ook ingezet. De ELO is benut en er is veel materiaal voor het activboard ontwikkeld. Dit heeft veel voorbereidingstijd uitgespaard en het komt de efficiëntie van de lessen ten goede. Er zijn pogingen ondernomen digitaal toetsmateriaal te ontwikkelen. Dat is niet gelukt. Dit heeft te maken met de aard van het vak wiskunde. Het gaat niet om het antwoord, maar om het proces daar naar toe. Wat enkele leerlingen als negatief bestempelden, maar het Scala College als positief, is dat er geen enkele les is uitgevallen.
Stimulans
Het hangt van de steun en stimulans van de schoolleiding af of medewerkers zich aangesproken voelen om iets dergelijks te proberen. "De orde van de dag is vaak al een stevige belasting. De kunst is om in school een cultuur te creëren die experimenteren mogelijk maakt", stelt de projectcoördinator. "Voor het substantieel doorvoeren van het (gedeeltelijk) samenvoegen van lesgroepen zal een andere schoolorganisatie nodig zijn. Zo lang de nood niet hoog genoeg is, zullen roosterproblemen en afspraken met de MR over klassendelers dit soort veranderingen in de weg staan."
Toekomst
Eilander wilde bij de start van het Platform graag dat het Scala zelf en vóóraf zou bedenken wat de school kan doen bij een lerarentekort. "Bij de begroting van het Platform viel me op dat er relatief weinig actie van scholen zelf werd verwacht. Juist de vraag 'Wat doe je er zelf aan om dat toekomstige lerarentekort te tackelen?' dwingt je om ad-hocoplossingen te voorkomen. Het project is een van de vele manieren om na te denken over de organisatie van je onderwijs. Dit is niet dé manier. Het risico is dat schoolleiders blijven hangen in een idee, terwijl het de uitdaging is om eerst te kijken wat er in de school mogelijk is, creatief te blijven nadenken en een idee gewoon ook eens uit te proberen. In de interne communicatie moet voorop staan dat dergelijke veranderingen een belasting kunnen zijn, maar ook een hele leuke uitdaging die mogelijk veel oplevert. En vergeet niet dat we wel tussen nu en 2011 die budgetten moeten benutten!"
Doen
Er is voor twee scholen €15.000 beschikbaar (per school) om dit schooljaar nog met een dergelijk initiatief te starten. Aanmelden kan voor 1 november bij Jan Willem Eilander,
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
, T. 0172-423723/ 06-30889101
Meer lezen
Projectplan
Slotrapportage